Klimaat en energie
Klimaatverandering wordt de komende jaren steeds meer deel van ons leven. Voor sommigen van ons, ook in West-Vlaanderen, zelfs op een dramatische manier: drogere zomers met meer hevige onweders en nattere, warme winters. Daarenboven zal de zeespiegel blijven stijgen en zullen stormen toenemen in aantal en hevigheid. Dit lijkt misschien niet zo drastisch, maar waar er vroeger eeuwen heen gingen over dergelijke natuurlijke klimaatveranderingen, gebeurt dit nu in enkele decennia als gevolg van menselijke activiteiten. Als de mens nu geen stoom aflaat en minder broeikasgassen uitstoot, staan we voor grote kosten in de nabije toekomst.
De West-Vlaamse Milieufederatie ijvert dan ook voor het voorkomen van verdere klimaatverandering door transitie naar een economie en manier van leven, die de draagkracht van het milieu niet overschrijdt en samenwerkt met het ecosysteem. Dit kan ons immers beschermen tegen heel wat grillen van het klimaat, maar het moet daartoe de nodige krijgen. Als koepel van de West-Vlaamse natuur- en milieuverenigingen werken we aan dit bewustzijn bij het beleid, organisaties en burgers door middel van overleg, advisering, lobbywerk en sensibiliserende dossiers, artikelen en acties.
Energie
Zolang duurzame bronnen niet genoeg energie leveren, blijven er fossiele bronnen nodig. Fossiele brandstoffen zijn de resten van dode planten of plankton. Deze hebben tijdens hun leven CO2 opgenomen en hebben zich onder de aarde, onder druk, omgezet in gas, steenkool of olie. Door fossiele brandstoffen te verbranden, komt er veel CO2 in de lucht. CO2 is een broeikasgas. Dit zijn gassen die zorgen voor de opwarming van de aarde. Andere broeikasgassen worden bijvoorbeeld door de veeteelt (methaan en lachgas) uitgestoten, of door de chemie (bijv. lachgas), of zijn vooral van nature aanwezig (waterdamp).
Het klimaatakkoord van Parijs (december 2015) wil de opwarming van de aarde beperken tot 1,5°C. Hiertoe hebben de ondertekenende landen zich verbonden. Concreet betekent dit voor de landen van Europese Unie een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen tegen 2050 met 80 tot 95% t.o.v. 1990. Volgens de Europese lastenverdeling moet België tegen 2030 haar uitstoot in de sectoren transport, gebouwen, landbouw en afval met 35% verminderen ten opzichte van 2005. Maar het gaat niet vooruit. Met particuliere houtverbranding als hernieuwbare energie en de blijvende promotie van de luchtvaart, heb je al twee voorbeelden waar het fout loopt. Stapjes worden gezet, maar er is nood aan doortastende maatregelen.
Hernieuwbare energie
Een energietransitie van fossiele brandstoffen naar energie uit hernieuwbare bronnen is voor de West-Vlaamse Milieufederatie alleen mogelijk binnen een energielandschap. Hierbij worden energiesystemen geïntegreerd in het bebouwde landschap en verweven met andere functies.
Bij voorkeur gebeurt dit decentraal en met zeggenschap van de burgers. Burgerparticipatie door energiecoöperaties stimuleert een lokale circulaire economie en het verhoogt het draagvlak voor een transitie. Een windmolen kan je financieren met aandelen van lokale bewoners. Geld dat verdiend wordt kun je daarna inzetten voor het maatschappelijk belang. Zo komen lokale investeringen in energie ten goede aan de lokale gemeenschap.
Daarnaast heeft elk gebied ook specifieke kansen –zoals zonne-energie, warmtenetten, geothermie, (kleinschalige) windenergie, biogas,…- maar eveneens restricties (vogeltrek of fourageergebieden, beschermde natuur, bewoning, windluwte,…). En is hernieuwbare energie niet steeds de beste oplossing, zoals bij decentraal hout verbranden, omwille van gezondheidsaspecten of beschikbaarheid van de brandstof. Daarom geloven we sterk in een provinciale en proactieve aanpak voor het onderzoeken van de specifieke mogelijkheden per gebied in afstemming met de verschillende sectoren.
Klimaat
De kustprovincie West-Vlaanderen ligt in de Vlaamse frontlinie voor klimaatverandering. De zeespiegel ligt in Oostende nu al 11,5 cm hoger dan in 1950. Hierdoor stijgen de kosten voor kustverdediging, wordt de ziltedruk op de polders groter en de waterafvoer uit het binnenland naar zee moeilijker. Natte winters zorgen voor met water verzadigde bodems en overstromingen. Droge zomers, afgewisseld met intense regenbuien leiden tot waterschade en verlies aan vruchtbare teeltlagen door erosie. De combinatie van droge zomers, minder infiltratiemogelijkheden en stijgende watervraag veroorzaken watertekorten. Hogere concentraties sulfaten en nitraten zetten tegelijk ook de waterkwaliteit onder druk. Ook natuurgebieden en verweven natuur worden aangetast door deze gevolgen van klimaatverandering.
Versnippering van natuurelementen maken biotopen en biodiversiteit extra kwetsbaar. De verstedelijking neemt intussen toe en daarmee ook de hitte-eilanden. Steeds meer mensen zoeken tijdens de toegenomen warme dagen de koelte van de natuur en groen op. Deze schaarse groene oases kunnen echter de recreatiedruk steeds minder goed aan.
Klimaatmaatregelen in stedelijk gebied
Bomen en ander groen zijn de airco’s in de verstedelijkte gebieden. Net als water. Gemeenten en steden met een robuust klimaatadaptatieplan, moeten ruimte maken voor groen-blauwe netwerken. Hierin passen niet alleen het openmaken van waterlopen, maar ook een groenplan voor openbaar en privaat terrein en een faunaplan voor landelijk én verstedelijkt gebied. Ook de bedrijventerreinen doen hun duit in het zakje: ze gaan op in het landschap en spelen een belangrijke rol als stapsteen voor de natuur tussen verstedelijkt en landelijk gebied.
Kustbescherming
Klimaatmaatregelen in buitengebied
Herstel en ondersteuning van ecosystemen om de klimaatverandering te stoppen en op te vangen, moeten het uitgangspunt zijn van een sterk klimaatbeleid in West-Vlaanderen. De maximale inzet van ecosysteemdiensten kan ervoor zorgen dat landbouw, economie, toerisme, erfgoed en ecologie samen sporen in een klimaatbestendig landschap. Daarvoor is niet alleen een betere bescherming nodig van de kustpolders, maar ook van de kleine landschapselementen en de morfologie van het landschap (valleien, heuvels,…). Een uitbreiding en bescherming van het bosareaal en natte natuur, zijn eveneens noodzakelijk, net als een daadkrachtig beleid ikv natuurverbinding. Zo kan ook de fauna zich in stand houden. Het is dan ook meer dan belangrijk dat de betonstop effectief en versneld ingevoerd wordt. Herbestemming van niet-functionele hoeves, of uitbreiding en bestendiging van zonevreemde activiteiten moeten uitzondering worden, binnen een uitdoof- en onthardingsbeleid in open ruimte.