Vermesting ontstaat als er te veel voedingsstoffen (nutriënten) in omloop komt. Planten op het land kunnen bij overbemesting niet alle overtollige nutriënten opnemen, waardoor deze stoffen in het oppervlaktewater, grondwater en bodem terechtkomen. Dit zorgt voor een verstoring van het waterleven door onder andere het ontstaan van giftige blauwalgen, maar ook andere soorten, die bij rotting naar de bodem zakken en de zuurstof wegnemen uit het water.
De belangrijkste nutriënten betrokken bij vermesting zijn: kalium, natrium en fosfor.
Er komt een enorme mestdruk vanuit de combinatie van de intensieve veeteelt, intensieve groenteteelt (inclusief serres) en intensieve akkerbouw, samen met de markteisen van de verwerkers (blauwe prei, donkergroene spinazie,…),