Tegen 2050 zou de bevolking aangegroeid zijn tot 9,7 miljard mensen, die allemaal van een goede levensstandaard willen genieten. Momenteel worden massaal niet-hernieuwbare grondstoffen gebruikt om aan de onophoudelijke vraag naar voedsel, consumptiegoederen, woonruimte, energie, transport,…te voldoen. Zonder aanpassing van productie- en consumptiepatronen is dit onhoudbaar voor het leefmilieu en het klimaat.
Om echt tot een transitie naar een circulaire economie te komen, is er nood aan veel experimenten met alternatieve productie- en consumptiemodellen, anders wonen en werken. In grootsteden, zoals Gent, Brussel en Antwerpen draaien er al nu heel wat van dergelijke projecten op proef. De uitdaging is nu dat ze ook volop hun weg vinden naar de middelgrote steden, zoals Kortrijk, Brugge, Roeselare, Ieper en Oostende voor West-Vlaanderen en daarna naar de gemeenten en dorpen.
De West-Vlaamse Milieufederatie wil dit proces mee helpen versnellen. Dit, door enerzijds aan te tonen dat duurzaam leven ook echt kan.
Daarnaast wil de West-Vlaamse Milieufederatie ook binnen de bouw een sterkere werking van het cradle-to-cradle-principe. Hiertoe leent de provincie zich ideaal, gezien de ruimte voor het telen van gewassen die ook in de bouw kunnen worden gebruikt, zoals vlas, hennep en stro.