Met nog geen 3% bos, heeft West-Vlaanderen het meest open landschap van België. Niet alleen de Groote Oorlog, maar ook de landbouw en het verkavelen van gronden, heeft ons van leider naar kneusje van de bosklas gedegradeerd. Het Lappersfortbos in Brugge was het symbool voor de strijd voor zonevreemde bossen. En nog dagelijks verdwijnen er eenzame bomen in het landschap.
Maar stilaan keert het tij. Stadsrandbossen zijn niet enkel meer de vraag van enkele natuurverenigingen. Bomen en groen in verstedelijkt gebied worden -onder andere door de klimaatverandering- een must om het hoofd koel te houden. Erosie dwingt ons om andere landbouwsystemen te exploreren. Waterbeheer herontdekt de rol van de bomen en de mens houdt veteraanbomen als deel van het collectief geheugen.
De kust en de duinen zijn voor onze provincie minstens even belangrijk als haar landbouw. Hoewel hun schoonheid telkens weer wordt bezongen, komen er nog steeds krassen bij op de plaat.
Samen met de Kustwerkgroep van Natuurpunt volgt de West-Vlaamse Milieufederatie verschillende dossiers op. Ze duwde mee aan het verbod op de recreatieve warrelnetten, zoekt mee naar oplossingen om de recreatieve druk in de duinen te verlichten en is met WMF en Natuurpunt de motor achter een ecosysteemvisie voor de kustbescherming.
En van dit laatste maken ook de polders deel uit. Daarom net is het belangrijk om ook de historische poldergraslanden een goede bescherming te geven: ze bergen enorme hoeveelheden water en koolstof, zijn een noodzakelijke schakel voor bedreigde trekvogels en migrerende vissen als paling en zijn onmisbaar als belevingslandschap waarin je meer 1000 jaar geschiedenis kan lezen in de graslanden. Wie de Uitkerkse Polders heeft bezocht, of wel eens ronddwaalt in Damme en Lampernisse, weet waar het over gaat.
Deze rijkdom wordt miskend bij het scheuren van poldergraslanden om plaats te maken voor steriele maisakkers, woonkavels of bedrijventerreinen. Daarom pleit de West-Vlaamse Milieufederatie voor andere landbouwmodellen in deze gebieden. Een polderpartnerschap, waarbij de vruchten van het landschap voortkomen uit het werken mét de natuur.
West-Vlaanderen heeft een rijke verscheidenheid in landschappen: de bossen van het Brugs Ommeland, de weidsheid van de polders, het pittoreske van de Westhoek en het broze groen van Zuid-West-Vlaanderen, het zijn maar enkele voorbeelden van wat onze leefomgeving zo aantrekkelijk maakt.
Het is echter niet vanzelfsprekend dat deze omgevingswaarden behouden blijven. De West-Vlaamse Milieufederatie wil hier een belangrijke rol in spelen. De West-Vlaamse Milieufederatie is vertegenwoordigd in verschillende commissies en adviesgroepen waar, op basis van de inbreng van de lidorganisaties meegedacht wordt over welke landschappelijke ontwikkelingen wel, en welke niet gewenst zijn. Samen met andere belanghebbenden worden hierover afspraken gemaakt.
Ondanks de inspanningen van de Provincie en onze lidverenigingen, lijkt er toch geen kentering te komen in de achteruitgang van soorten. Zo zijn heel wat typische West-Vlaamse vogelsoorten aan het flirten met de verdwijning. Drie habitattypes, waar meer dan de helft van de soorten ‘in gevaar’ zijn, liggen in West-Vlaanderen: dynamische kustgebieden, extensief beheerde graslanden en het agrarische cultuurlandschap. Heel wat soorten worden dus stilaan afhankelijk van reservaten en kunstmatige ingrepen in het landschap.
Mooie, maar kleine postzegelnatuur ligt verdeeld over de provincie West-Vlaanderen. Het zijn onmisbare elementen voor de waterhuishouding, de instandhouding van soorten én de aantrekkelijkheid van het landschap. Via het water, oevers en bermen reizen soorten naar andere natuurgebiedjes om te zorgen voor een sterk nageslacht. Deze groene autostrades zijn nodig voor het overleven van de soorten.